Dag 26 – 20 augustus – Atlantische oceaan – Lissabon – Amsterdam – Arnhem

De laatste dag. Bijna thuis.
Om 17.30 uur (middernacht in Nederland) vlogen we weg. Ik had gepland dat we uitgebreid konden slapen in het vliegtuig. Ik had er niet bij nagedacht dat we rond twee uur ‘s nachts al weer in Lisboa zouden landen. 6.00 uur plaatselijke tijd. De nacht was al weer bijna voorbij!
Nauwelijks geslapen en ook nog een jetlag. In Lisboa was ik misselijk van vermoeidheid en we trakteerden onszelf op een chocoladeontbijt. Wat moet je anders? Het laatste stuk van Lisboa naar Amsterdam deden we nog even een dutje. Straks zouden we enthousiast onze verhalen moeten vertellen. Straks zijn we weer thuis. Straks moeten we doen alsof we een fantastische vakantie hebben gehad. En dat hebben we.

20 August 2009
By on 19:52
Dag 25 – 19 augustus – Morro Sao Paulo – Salvador – Atlantische oceaan

Als ik weet dat ik naar huis ga, wil ik ook het liefst naar huis. Dat er dan een kan versgeperst jus d’orange over mijn armen, benen, slippers en de vloer gaat kan ik er dan even niet bij hebben. Helemaal als dat betekent dat er vervolgens een enge, boze neger meerdere keren zegt dat het niet erg is, maar zijn priemende ogen zeggen genoeg.
Het lijkt wel of het altijd regent op de laatste vakantiedag. Zo ook nu. Eigenlijk is morgen de laatste vakantiedag, maar dan zijn we al bijna thuis. Bijna vier weken in Brazilixeb en morgen zijn we weer thuis. Tussen de katten, het onkruid en half uitgepakte rugzakken.
We pakten onze biezen, lieten de kakkerlakken voor wat ze waren, ik keek nog een keer vol afschuw naar de hagedissenstaartjes die uit het plafond staken en we sjokten het eiland weer over. Het miezerde. Voor de zoveelste keer. Het was bloedheet en als ik niet nat was van de regen dan was het wel van het zweet.
Net als gisteren zoog ik Brazilixeb nog diep in me op. Ik inhaleerde nog meer dan gisteren, want dit waren echt de laatste momenten. Na wat flessen water, regelden we vanaf het eiland een taxi richting vliegveld. Ik wilde zo snel mogelijk op een veilige manier Salvador door en uit komen.
Ik heb een hekel aan wachten, maar vind te laat komen nog veel erger. Dus verkies ik het wachten boven het te laat komen. We zaten veel te vroeg in de wachtruimte bij de haven (lees: een uitbouw op de aanlegsteiger met een paar bankjes waar je een paar centavos voor betaald om daar te kunnen zitten). Na een half uur waren we niet meer de enige toeristen die weg ‘wilden’ van het eiland. We waren als eerste in de haven, maar ineens stonden we achteraan de rij. Als nietsvermoedende Hollanders deden we net of we niet door hadden dat die rij voor onze boot was en kropen we steeds meer naar voren. Ik moest wel. De vorige catamarantocht was ik al ietwat misselijk. Ik had nu een pilletje genomen, maar wist dat ik er alles aan moest doen om deze boottocht te overleven: ik moest en zou buiten zitten op de boot.
Het zonnetje brak door, de chipsverkoper richtte zijn mandje in en wij settelden ons achter op het dek. We dreven van het eiland af, de dolfijnen plonsden ons gedag en vriendlief merkte dat de golven iets heftiger waren dan ons vorige boottochtje. Mijn tip om voorop de boot te gaan staan, volgde hij al snel op. Ik merkte dat het reistabletje niet voor de volle honderd procent garant stond voor een misselijkvrij tochtje. Alles beter dan zonder pilletje, zo bleek al snel.
Een meisje van mijn leeftijd kwam van binnen naast mij op het dek zitten. Groen. Zuchtend en kreunend pufte ze haar misselijkheid weg. Ik kon het niet aanzien en was er van overtuigd dat ze elk moment kon gaan overgeven. Na nog wat pufjes besloot ze weer binnen te gaan zitten, waar ze onmiddellijk het plastic zakje volgooide met haar ontbijt. Het gevolg was dat er bij mij een ook sterker golf van misselijkheid opkwam. Bij mij gebeurde er niets. Bij het jongetje naast me wel. Hij kotste over de railing. Aangezien het langzaam weer begon te regenen, deed ik alsof de druppels die ik voelde regendruppels waren. Wat zou het anders moeten zijn? Een zure lucht kwam van links naast me. Op het moment dat ik wetties uit mijn tas pakte voor het kleine Spaanse jongetje, begon zijn moeder ook. De slierten hingen over de railing. Ik kon geen kant op. Overal kwamen kotszakjes vandaan en kon me niet voorstellen hoe ik deze tocht zelf kotsvrij kon overleven. Ik besloot alleen nog maar naar het water te kijken. Vliegende vissen schoten metersver over het water. In de verte zag ik een fonteintje midden in de zee. Water spoot een paar meter de lucht in. De bemanning van de boot (die erg druk was met kotszakjes uitdelen) schoot met z’n allen naar xe9xe9n kant van de booot en maakten mij duidelijk dat er iets bijzonders te zien was. Net als in een tekenfilm spuiten walvissen echt water uit het gat in hun lichaam. Het was een walvis! Behalve de bemanning, was ik de enige die het zag. De rest was aan het kotsen of zat binnen. Ik had geen idee wat vriendlief allemaal uitspookte en wat er bij hem te zien was aan de andere kant van de boot.
Na ruim twee uur kwam Salvador in zicht. Eindelijk. Ik was blij om de stad te zien. Terwijl ik richting de stad keek zag ik ineens dat vriendlief ook weer achterop het dek zat, zo’n vijf meter bij mij vandaan. Hij was geel en smeekte om een zakje. Aangezien het lopen op de boot een behoorlijke uitdaging was, seinde ik naar een man die naast vriendlief stond of hij hem een zakje kon geven. Deze man was toevallig ook de vader en man van het Spaanse, kotsende jongetje en de vrouw die de hele tocht al over de railing hing. Zo hielpen we elkaar allemaal weer. De chipsverkoper deed zijn uiterste best om chips te verkopen, maar dit tevergeefs.
Naast mij zat een Duitse Italiaan die op de flink deinende golven een boekje aan het lezen was. We lachten samen om alle gele, kotsende mensen op de boot. Hij had ook een pilletje gehad. Zou iedereen moeten doen. Vriendlief had het zakje uiteindelijk niet nodig. Ondanks het gekots, of misschien dankzij, was er een gemoedelijk sfeertje op de boot. We kletsten wat en gaven elkaar eerste hulp bij zeeziekte.
Bij aankomst in de haven Salvador stond er een vrouw met een opgewekt hoofd met een bordje in haar hand. Op het bordje stonden onze namen. Op het eiland hadden we al vervoer geregeld bij een vaag reisbureautje. Een officixeble taxi was het niet. Ik had eerder het gevoel dat de vrouw van het vage reisbureautje een familielid had gebeld die ons kon vervoeren. Geeft niets, als we er maar komen. Ze sprak geen Engels en zelfs na vier weken was ons Portugees nog niet op het niveau dat we een interessant gesprek konden voeren. Een rustig tochtje dus. Verbaal dan, want ze racete over de wegen door Salvador.
Op het vliegveld sjorden we onze rugzakken voor de laatste keer in de travelbags, we checkten in en controleerden of we een vegetarische maaltijd hadden. Onze laatste reais gaven uit aan pizza, armbandjes, souvenirtjes en ijs.

Dag Brazilixeb.

19 August 2009
By on 19:50
Dag 24 – 18 augustus – Morro Sao Paulo en omgeving

Brazili_2009_272Brazili_2009_270Brazili_2009_276 Vannacht moest ik naar de wc. Ik durfde niet alleen. Dat was waarschijnlijk ook de reden dat ik naar de wc moest. Ik had gisteren al genoeg enge beesten ontmoet op de badkamer. Vriendlief vergezelde me en checkte de badkamer. Niets te zien. Badkamer overleefd. Ik kroop weer snel onder de klamboe.
Om half tien liepen we richting het tweede strand. Halverwege was het huisje waar de mensen zich verzamelden voor de boottocht. Het Brazili_2009_269Brazili_2009_271_2valt me op dat vrouwen hier massaal hun okselhaar laten staan. Heb ik iets gemist?
De boot lag ruim honderd meter vanaf het strand en we liepen door het water met onze spullen naar de boot. Tot ons middel waren we zeiknat en hadden spierpijn van het omhoog houden van onze spullen. Op de boot bleek weer dat er niet zo heel veel Engelssprekende mensen in Brazilixeb zijn. Exe9n jongen gaf ons af en toe wat informatie in het Engels en voor de rest deden we maar gewoon wat de rest ook deed. De boot was een behoorlijke  Brazili_2009_278_3Brazili_2009_279speedboot  en ketste flink tegen de golven aan. De zon brandde op onze verbrande smoeltjes. Na een half uur varen stopten we bij een natuurlijk zwembad. Helder zeewater met koraal. We zetten onze snorkelmaskers op en ik sprong als een van de eersten in het water. Het wat er bleek niet overal even helder te zijn en op de plekken van het koraal, waar de mooiste vissen zaten, was het erg ondiep. De vorige snorkelervaring was verrassend leuk! Vandaag was het zout en naar. Mijn masker werkte niet echt goed mee. Gelukkig zag ik genoeg mooie vissen en was de ervaring Brazili_2009_283Brazili_2009_305op zich al geweldig!
We hupsten weer de boot in en schoten weer de Atlantische Oceaan over. Bij een ander eiland stopten we. We sprongen het water in en liepen door het blauwe, heldere water richting het strand. Een paar meter verder stortten Brazili_2009_288we ons op een terrasje. Onder het genot van Brazili_2009_1695een koud glas cola keken we uit over het strand. Overal waar ik keek, zag ik palmbomen, witte stranden, blauw water, kabbelende golven, gekleurde houten bootjes, zwerfhonden, vervelende armbandenverkopers, bruine bonen, vervelende oorbellenverkopers en zand. Na een fijne Braziliaanse maaltijd, waarbij alle zwerfhonden van het honeymooneiland (want dat was het!) om vriendlief schooiden, rolden we de boot weer in. We zoefden tussen de twee eilanden door over een rivier – Heet dat een rivier als een Brazili_2009_311Brazili_2009_317stuk zee tussen twee eilanden ligt, of is het dan gewoon nog zee? – die leek op de Amazone zelf. Halverwege hielden we halt bij een oesterbarretje. Ik walg van alles dat uit een schelp komt en lijkt op snot Helaas zat ik nog vol van de vorige maaltijd en sloeg ik deze maaltijd over. Ook al waren ze erg vers en ook al was het een unieke ervaring, ik liet het aan me voorbij gaan. Jaks!
Verderop aan de ‘rivier’ lag op het honeymooneiland een historisch plaatsje. Een plaatsje dat we mxf3xe9sten zien! Een plaatsje waar we Brazili_2009_319Brazili_2009_322Brazili_2009_324maar liefst een half uur rond mochten kijken. Wat het bijzondere aan deze plek op aard was, weten we nog steeds niet. De huizen waren vervallen, in de kerk konden we niet plassen en geen enkele spot was interessant genoeg voor een foto.
Nadat de hele meute van onze speedboot de boot weer werd ingesleurd (inclusief vrouwen met okselhaar), genoten we van de zon die bezig was met ondergaan. Spartelende dolfijnen maakten het beeld nog romantischer. Ik snoof de laatste Brazili_2009_330vleugen Brazilixeb in me op. 24 uur later zouden we hier niet meer zijn. Niet meer in dit land en al helemaal niet meer op het eiland. Hoe zuig je dit land optimaal in je op?
We kwamen wederom aan bij de aanlegsteiger, waar we twee dagen daarvoor ook aanmeerden. Dit keer geen opdringerige poussadapooiers, werkloze taxichauffeurs en ook geen belastingvragende ogen. Bij het eerste terras ploften we neer. Om 16.45 uur. Om 17.00 uur zouden ze pas opengaan. Hoe konden wij het maken om nu al een caipirinha te bestellen? Vier werkloze serveersters stonden ons verwaand aan te kijken en persten er na lang gemok toch twee niet zo lekker caipirinha’s uit. Dit was Brazili_2009_1696de eerste keer dat ik twijfelde aan de kwaliteit van de ijsblokjes. En dan natuurlijk met name het water dat ze voor de ijsblokjes gebruikt hadden. Ach ja, de alcohol ontsmet alles. Met de mokkige serveersters hadden we het al snel gehad. Het is dat de fooi hier al bij het bedrag in zit (10 procent voor de service) anders hadden we ze eg geen fooi betaald.
Na een fijne douche – Wederom met kakkerlak! Hairspray helpt niet, wel een stuk wc-papier in een kier bij de badkamerdeur – keerden we voor de derde maal richting onze bar. Dit keer zouden we gaan genieten en alles in ons opnemen wat we maar wilden. Het uitzicht, de mensen, de muziek, de (vegetarische) hapjes en het land. Het geweldige land. De aardige mensen, de fijne muziek (gewoon Nederlandse Zuco 103) en het heerlijke eten! Wat zou ik het gaan missen, ook al ben ik ook wel weer toe aan bruine boterhammen en Nederlandse nuchterheid.
Onze Raimundo gaf ons het idee dat wij zijn enige klanten waren en hij haalde van alles van stal. Drankjes van de zaak en gratis tips voor de terugreis. Morgen is het zover. We stappen in het vliegtuig richting Europa. Zouden de piranhatanden het overleven?

18 August 2009
By on 19:48
Dag 23 – 17 augustus – Morro Sao Paulo

Brazili_2009_1294_2Brazili_2009_1271Brazili_2009_1275 Om half acht werd ik wakker. Ik werd wakker van de vogels, die zijn hier ook. Wat een fijnheid hier op het eiland. Na mijn gemopper van gisteren, was ik nu best gezellig. Ik besloot om mijn nagels te lakken op de veranda. Ik sloeg het gezoem om mijn oren weg en kwam er achter dat het een kolibri was. Ook hier kusten ze de bloemen. Hij had waarschijnlijk nog nooit zo’n lekker roze hapje gezien. Ik had me misschien toch om moeten kleden, want misschien was mijn pyjama te roze.
Brazili_2009_245Brazili_2009_235_2Brazili_2009_238Na wederom een heerlijk ontbijt, liepen we richting vuurtoren. Richting zon. Vandaag zouden we het eiland verder verkennen, ook al viel er waarschijnlijk niet heel veel te verkennen. Ik wilde de vuurtoren van dichtbij zien en de daarbijbehorende dolfijnen spotten. Ik wilde winkelen en lekker eten.
Aan de ene kant van het eiland scheen de zon. Vanaf zee (Salvador) kwamen dikke, donkere wolken aan. Terwijl we een souvenirwinkel uitkwamen (koffie gekocht!), begon het te druppen. Het zand Brazili_2009_248Brazili_2009_251Brazili_2009_252kleurde donker en mensen schoten winkels en cafeetjes in. Een tropische regenbui stortte zich over het eiland. Na de laatste druppels liepen we naar het uiteinde van het eiland om bij het fort dolfijnen te spotten. Helaas was er geen dolfijn te zien. Alleen maar vieze, enge beestjes die overal over de grond raasden. Kakkerlakken?
‘Misschien moeten we vanmiddag maar weer terugkomen. In het boekje staat dat de dolfijnen er voornamelijk ‘s middags zijn.’ zeiden we tegen elkaar. Juist op dat moment schoot Flipper boven het water uit. Z’n hele familie kwam erbij, ze kwamen dichterbij en het werden er steeds meer. Wat vreemd!
Dit eiland hadden we geboekt omdat we dan aan Taxichauffeur slapend in een kruiwagen onder een bananenboomBrazili_2009_254het eind van onze backpackvakantie nog kondenBrazili_2009_1283_4  uitrusten. Aangezien we niet echt behoefte hadden aan uitrusten, wilden we graag iets plannen voor morgen. Duiken werd het niet, want de zee was nog steeds te wild. Het walvisspotten was ook niet echt een interessante activiteit. Ten eerste was dit erg duur en ten tweede was de kans erg klein dat we walvissen zouden zien. Wat nu?
We besloten om op deze dag toch maar gebruik te maken van de rust van dit eiland. We kropen in de hangmat en de luie stoel voor onze ‘tent’. De fazenda voelde aan als een camping en dus was onze lodge een tent. Op de bouwput zag ik verschillende bouwvakkers ‘die maar wat deden’. Af en toe hakten ze een kokosnoot open en dronken ze deze leeg. Daarna konden ze weer aan het werk. Kokospower! 
Brazili_2009_258Brazili_2009_1302Brazili_2009_1301Om vijf uur verkasten we richting ‘onze’ bar. Muziekje, schooiende katten, slapende honden (die we niet wakker maakten) en lekkere luchtjes. Raimundo, die in de bar werkt, werkt overdag op een boot. Met deze boot gaat hij langs het eiland, stopt bij natuurlijke pooltjes om te snorkelen, op verlaten strandjes om heerlijke restaurantjes te bezoeken en bezoekt ook nog een ander eiland. Ideaal! Hij wist ons al snel over te halen, want wij hadden nog geen plannen voor de volgende dag! Wat een fijn eiland, wat een fijn land! En ik heb nog steeds geen enge dieren in mijn slaaparea gespot!
Na de cocktailtjes slenterden we op blote voeten richting onze tent. Vriendlief stond onder de douche en plots zag ik hem. Niet vriendlief, want die stond achter het muurtje, maar een dikke, vette hagedis. Hoe lang zat hij daar al? Wat deed hij in mijn veilige omgeving? Hagedissen vind ik heel leuk en lief, maar niet dicht in de buurt van mijn bed.
‘Ze doen niets!’ beet vriendlief mij toe. Maar als ik in bed lig, raast dat ding zo over mijn hoofd. Exe9n ding was zeker: dat beest moet weg! Ik gilde het uit. Vriendlief was klaar met douchen en ik was aan de beurt. Hij klom op een stoel met een opengeknipte fles. Meneer Hagedis schoot alle kanten op en ik ook in mijn naakte verbrande lijf. De badkamer was kleddernat en de hagedis kwam maar niet in de fles waar hij in zou moeten. Terwijl ik mijn haren waste met koud water en met een wegwerpwashandje mijn lichaam poetste, had vriendlief hem te pakken. De hagedis zat in de fles en vriendlief bracht hem naar de andere kant van de camping. Deze hagedis kon ik nog wel aan…
Na het douchen wilde ik dolgraag mijn haren borstelen. Je wil niet weten hoe mijn kapsel eruit ziet als ik dat niet doe. Blijkbaar was ik niet de enige met dit plan, want er schoot een enorm groot beest van het plankje waar mijn borstel lag. Een beest zxf3 groot en zxf3 vies. Zo’n beest waar ik op La Palma van zei dat het waarschijnlijk wel een kakkerlak zou zijn. Toen werd ik voor gek verklaard, maar nu was vriendlief het toch met me eens dat het wel eens om een kakkerlak kon gaan.
Ik had het niet meer. Vriendlief heeft nog nooit zo z’n best gedaan voor mij. Ik wilde nooit meer terug naar deze lodge. Hoe vrolijk ik wel niet werd van de fijne kleurtjes in deze kamer, zo depressief was ik nu van deze enge indringers. Tot overmaat van ramp kwam vriendlief er ook nog achter dat er een kier tussen het plafond en de muur boven ons bed was, waar allerlei hagedissenstaartjes uitstaken. Zo kwamen ze dus binnen! Die klamboe moest vannacht over het bed en xe9xe9n beestencheck zou niet genoeg zijn!
Na het eten kwamen we erachter dat er nog verschillende hagedissen tussen de kier zaten. Een pootje, een staartje, een kopje. De klamboe zat strak om het matras en ondanks de warmte lag ik dicht tegen vriendlief aan.

17 August 2009
By on 19:47
Dag 22 – 16 augustus – Salvador – Morro Sao Paulo

Brazili_2009_215Brazili_2009_1267Met de taxi gingen we naar de haven. In de haven pakten we de boot naar Ilha de Tinhare. Bungelend met onze benen over de reling, zaten we achterstevoren op de catamaran. In twee uur zouden we op het eiland zijn. Deze twee uren werden verlengd met een half uur, vanwege de woeste zee. Ik was blij dat ik achterstevoren zat, want nu hoefde ik geen moeite te doen om weg te draaien van groene mensen. Groene mensen die kotsend over de reling hingen en nog maar net op tijd de wc konden halen. Van de wc op deze boot wilde je sowieso geen gebruik maken, in verband met de deining, maar na al het Brazili_2009_1272Brazili_2009_1269overgeefgebeuren al helemaal niet meer.
Na een hoop golven werd de gestreepte vuurtoren van Salvador ingeruild voor de witte vuurtoren van Morro Sao Paulo. De laatste paar meters dobberden we richting de aanlegsteiger en zagen we de dolfijnen over elkaar heen buitelen. Op de steiger kwamen de kruiwagens ons tegemoet.
‘Taxi?’ vroeg een in korte broek en smoezelig t-shirt gehulde jongeman. Ik had gelezen in het boekje dat op dit eiland geen auto’s rijden, omdat er doodgewoon geen wegen zijn. Ik snapte dus ook niet hoe we gebruik konden maken van een taxi. We     beklommen de steiger, de trap richting eiland, betaalden toeristenbelasting en ik zag in de verte een bordje voor een taxi-standplaats. Ik was verward.
Al snel had ik duidelijkheid toen we bij de taxi-standplaats aankwamen. Verschillende mannetjes gooiden grote koffers in kruiwagens, om deze in no-time door het zand over het eiland te hobbelen. De meeste toeristen die aankwamen hadden alleen maar rolkoffers en in combinatie met zand is dat geen pretje. Wij zouden twintig minuten over het eiland moeten lopen voor onze fazenda en de taxichauffeurs veklaarden ons voor gek dat we geen gebruik maakten van een kruiwagen. Maar ja, wij hadden onze rugzakken. In de hitte sleepten wij ons voort over het strand. Er is geen mooiere weg in Brazilixeb dan die van de aanlegsteiger richting onze fazenda: zand, zand, strand, zee, zand, mooie mannen, lekkere luchtjes, zand, blote voeten, fijne restaurantjes, geweldige kleding en zand. Blauwe zee, wit strand en het uitzicht van geweldige dagen voor me. Wat zou ik blij moeten zijn, maar wat was Brazili_2009_216Brazili_2009_220Brazili_2009_232ik chagrijnig. Ik had het bloedheet, de tas was erg zwaar en tot overmaat van ramp bleek onze lodge helemaal niet zo dichtbij het strand te zijn. Sterker nog, toen we bij onze fazenda aankwamen bleek dat wij ver achteraan gevestigd zouden zijn met uitzicht op een bouwput, in plaats van op het geweldige strand.
We gooiden de tassen van ons af in ons prachtige kamer met geweldige badkamer. Wat een vrolijkheid in onze laatste slaapaccomodatie en weer een hangmat! Toch bleef ik chagrijnig. Ik probeerde mijn humeur wat op te krikken door mijn bikini aan te trekken. Ik was van plan om filmisch de zee in te rennen. Zo had ik het voor me gezien. Zo had ik het in Paraty gewild en in Copacabana. De blauwe zee, mooie vissen, de warme zon en zacht zand. Dat laatste maakte het nog erger. Het zand in de zee was namelijk helemaal niet zacht. Terwijl ik in slow motion de zee manoeuvreerde stuitte ik op grote scherpe stenen. Alsof de filmmuziek werd stopgezet en de bloopers konden beginnen, stond ik te vloeken en te tieren in de zee. %#$@^&&! Waarom kunnen dingen nou nooit eens gaan zoals ik ze van tevoren bedacht had? Bijkomend feit was ook nog eens dat dit stuk strand (het derde strand) erg smal was en dat we zeker vijf minuten moesten lopen om bij een mooier strand (het vierde strand) te komen. En eerlijk waar, hier was het strand nog mooier en het zand veel zachter.
WBrazili_2009_229e kwamen erachter dat we vandaag toch al behoorlijk verbrand waren, terwijl we in de loop van de tijd toch al wel een lekker kleurtje hadden gekregen. De schade die de zon op de boot had aangericht was erger dan gedacht en dat betekende dat het zonnen op het mooie strand vijf minuten van onze fazenda toch best tegenviel. We doezelden wat, we lazen wat en we kletsten wat.
We togen naar onze douche, kleedden ons om en verkenden het eiland. Op het tweede strand bleken de caipirinha’s bijna gratis. Paradijs! Eigenaars van de barretjes boden tegen elkaar op om ons naar ‘binnen’ te lokken. We kozen voor een bar waar we twee (!) caipirinha’s gratis kregen. Een bar waar we de komende tijd best nog wel eens vaker zouden kunnen komen…

16 August 2009
By on 19:45
Dag 21 – 15 augustus – Chapada Diamantina – Salvador

Gisteren spraken we met onze gids over vandaag. Wat wilden we doen? We kozen voor Rio Serrano. De chauffeur had zo vrijaf, want dit was een wandeling vanaf ons hotel.
Brazili_2009_1204Brazili_2009_1200_3Brazili_2009_1226Asfalt, zandpaden, rotsen en uiteindelijk liepen we op de rivierbedding. In het regenseizoen, de zomer, stroomt hier een woeste rivier door. Nu niet. Wij liepen over een vreemde rivierbodem, waar allerlei stenen ons tegemoet blonken. We hoefden niet veel moeite te doen om voor te kunnen stellen dat in deze omgeving veel diamanten konden worden gevonden. Op een paar plekken stroomde nog wat water en deden de locals de was, die vervolgens over het prikkeldraad werd opgehangen.
Onze gids werd vanaf vandaag ‘Jabra’ genoemd, aangezien dit op zijn pet stond en zijn echte naam hierop leek, maar onverstaanbaar was. Jabra had vroeger veel gespeeld in deze rivierbedding en met name in het labyrinth onder de rivier. Een kloof die uitgehakt was door mijnwerkers leverde een gigantisch labyrinth op. Een plek waar je blij bent met een Brazili_2009_1191gids als Jabra. Jabra was hier als tienjarig Brazili_2009_1233Brazili_2009_1235jochie een keer urenlang verdwaald geweest. Uiteindelijk klom hij in een boom, waardoor hij weer in de bewoonde wereld kwam.

Na het labyrinth klauterden we de rivier over. Af en toe werd er een hand uitgestoken om me te helpen, want de stenen waren glad, glibberig en lagen soms ver uit elkaar. Jabra had zichzelf verschillende talen aangeleerd om de toeristen de omgeving zo goed mogelijk te laten zien. Ik merkte vandaag dat hij het Nederlands ook al een beetje onder de knie begon te krijgen. De sjteen ies glaad. Rechtjs en lienks. Naar beneden. We gingen van links naar rechts over de rivier. En weer terug. In de verte hoorden we al een waterval. Om hier naartoe te komen moesten we erg hoog klimmen, ver springen en vooral niet kijken hoe diep het onder ons was. Ik voelde me net een aap.
  Jabra had ons de hele ochtend al verteld dat bij de waterval een swimmingpool aanwezig was. Inmiddels waren we er al achter dat dit geen zwembad met blauwe tegeltjes en een duikplank zou zijn, maar een plek in de natuur waar je in je zwemkleding van zeer koud water kan genieten.
Brazili_2009_181Brazili_2009_1258Brazili_2009_1250 De waterval was werkelijk waar prachtig en het water extreem koud. Terwijl wij gebruik maakten van het Kodak/Nikon-moment, maakte Jabra gebruik van het moment om zich om te kleden. Even later kwam hij in een klein, blauw zwembroekje tevoorschijn. Hij stortte zich onder het watergeweld om te genieten van zijn (wekelijkse?) douchebeurt.
Op de terugweg bereikten we een andere waterval. Het bulkte hier van de bejaarden, dikke mensen en kinderen. Het bleek dat deze waterval een stuk gemakkelijker te bereiken was dan de vorige. Vandaar dat deze mensen hier allemaal waren.
Brazili_2009_211Het was leuk om een gids te hebben die de omgeving kent. We hebben genoten van Jabra. Na een koud drankje, namen we afscheid van hem. We pakten onze spullen om het paradijs, genaamd Lencois, te verlaten. Een paradijs was het werkelijk. Groen, vogels en geweldige uitzichten. Tijd om weer terug te gaan naar Salvador. Van het paradijs naar ….
De buschauffeur deed er alles aan om er geen zeven uur over te doen om terug in Salvador te zijn. Hij trapte het gaspedaal goed in en deed alsof hij in een Formule-1-auto reed. Met hoge snelheid haalde hij iedereen in.
In Salvador werden we weer opgehaald van het busstation. We hadden de busreis overleefd. De chauffeur die we de vorige keer ook hadden leverde ons af bij het hotel waar we al eerder hadden geslapen. We verbleven weer op dezelfde kamer. Alsof we nooit weggeweest waren. Morgen ruilen we dit hotel weer in voor wederom een prachtig paradijs!

15 August 2009
By on 19:44
Dag 20 – 14 augustus – Chapada Diamantina

Gisteren ontmoette ik een grote spin, ik hoorde vlak voor het slapengaan vreemde geluiden en was blij met de klamboe boven mijn hoofd. Ik lag heerlijk te slapen, maar hield er blijkbaar wel rekening mee dat ik elk moment aangevallen kon worden door iets wat niet thuishoorde in mijn bed. Halverwege de nacht strekte vriendlief zich uit, waarna vervolgens zijn hand op mijn hoofd belandde. Ik gilde het uit en maakte vriendlief wakker.
‘Een leguaan! In mijn bed! Echt een leguaan!’ schreeuwde ik.
Vriendlief had zijn actie slapend uitgevoerd, maar wist me toch gerust te stellen. Het was maar zijn hand. De lamp ging aan, bed werd geinspecteerd. Geen leguaan. Geen vleermuizen. Geen apen. Geen spinnen en geen kakkerlakken.
Na een heerlijk fruitontbijt (waren we wel aan toe na Salvador) werden we om half negen opgehaald door onze gids en zijn chauffeur. Wat een luxe.
De gids bleek redelijk Engels te kunnen, de chauffeur geen woord. De gids kon vast geen auto rijden. In Brazilixeb zijn ze van de werkverschaffing. Waarom in je eentje een berm maaien (doen ze veel, bermen maaien), als het ook met z’n vijven kan? De chauffeur kuste zijn rozenkrans die aan de spiegel hing vlak voor vertrek. Dit beloofde voor mij niet veel goeds…
Over mooie geasfalteerde wegen reden we langs de tafelbergen. Ik merkte al snel dat deze gids wel open stond voor een gezellig gesprek en ook veel wist te vertellen over de omgeving. Hij vertelde dat zijn vader vroeger in de diamantmijnen werkte en dat deze mijnen inmiddels gesloten zijn, omdat men heeft gekozen voor het toerisme en daar kunnen ze niet voor gaan als de mijnen nog open zijn. Interessant.
Ik vertelde hem ons berovingsverhaal om er vervolgens achter te komen of hij misschien zou weten hoe onze ladrao er aan toe zou zijn. Zou hij in de gevangenis zitten? Hoe zou hij er aan toe zijn in de gevangenis? Ik merkte aan mezelf dat ik nog erg met het hele berovingsverhaal bezig was. De laatste dag was ik voornamelijk bezig met de situatie van de ladrao. Ik zag het al helemaal voor me dat ik een boek zou gaan schrijven over zijn leven. In ieder geval zou ik me in Nederland in gaan zetten voor Amnesty International. Allerlei idealistische, fantasierijke gedachten kwamen in me op. Ik ga op de barricade staan, schrijven naar de Braziliaanse regering: iedereen verdient een eerlijke vervolging.
In ieder geval kon onze gids er geen antwoord op geven en ik merkte ook al snel dat hij niet echt achter mijn idealen stond. ‘Misdadigers moeten gewoon flink aangepakt worden!’ vond hij.
We sloegen een zandpad in waar flinke gaten in zaten. We hobbelden voort en zagen de gieren op elektriciteitsmasten zitten, klaar om aan te vallen. Het schijnt dat het in deze omgeving zo droog is, dat de stieren bij bosjes neervallen. De gieren weten dit en hoeven niet veel moeite te doen om hun dagelijkse biefstukje te kunnen verorberen.
Brazili_2009_582Brazili_2009_593Langs koffieplantages en papayabomen kwamen we steeds dichter bij Gruta de Lapa Doce. Hier kregen we nog een gids. Aangezien we onze Engelstalige gids niet altijd helemaal begrepen en we dankzij onze avonturen in Salvador niet helemaal voorbereid waren op deze omgeving, hadden we geen idee wat we hier konden verwachten. Ondanks dat er geen toerist te zien was, maar we wel drie begeleiders hadden, verwachtte ik er toch wel wat van. We sjokten langs weilanden en zagen een gewelddadigheid aan rotsen en geologische historie. Prachtige cactussen, holletjes van grote spinnen en een uitzicht om u tegen te zeggen. We daalden af en kwamen langs een bord waarop stond dat we na dit bord niet zomaar in het wild mochten poepen. Helaas moesten we het dus nog even op zien te houden.
Brazili_2009_606Brazili_2009_576Na zo’n 800 meter gelopen te hebben kwamen we bij de ingang van dxe9 grot. Een grot van zo’n kilometer lang. Pikdonker en geen mens te zien. Onze extra gids bescheen de grot met zijn gaslamp. Zacht, wit zand op de bodem en overal waren de prachtigste stalagtieten en -mieten te zien. De meest vreemde figuren waren hierin te herkennen (een engel, een walvis, de Suikerbroodberg, een kwal, een kerststal). We raakten de weg niet kwijt, Brazili_2009_707want we konden alleen maar rechtdoor. Halverwege de grot stopten we. Er waren krukjes gemaakt van stenen en hierop namen we plaats. De gaslamp werd gedoofd en we moesten onze mond houden. Een vreemde ervaring. Pikdonker en muisstil (op het gegrinnik van vriendlief en het gepiep van vleermuizen na). Een betere plek om tot jezelf te komen, heb ik nog ergens anders gevonden. Na een minuut ging de gaslamp weer aan en trippelden we richting uitgang. Het daglicht scheen ons tegemoet en we klommen weer omhoog door het rode stof.
Onze chauffeur stond al klaar en bracht ons naar de volgende bezienswaardigheid. We reden door een klein dorpje, waar kinderen net uit school kwamen en spelend over de zandwegen holden. Samen met onze gids en chauffeur lunchten we in een restaurantje bij Pratinha. Heerlijke Brazili_2009_647Brazili_2009_619Brazili_2009_681bonen, rijst, gefrituurde cassave en verse groente en fruit uit de omgeving. We liepen naar beneden richting het prachtige water, waarin we pootje baadden en vriendlief zelfs zwom. Tussen de eenden, kleine visjes en een paar locals genoten we van de rust en het paradijselijke ‘strandje’. Om twee uur moesten we t erug zijn bij onze gids, want  om kwart over twee moesten we weer ergens zijn. Brazili_2009_698Een hoop gestress voor een sensationele ervaring. In Bonito deden we veel moeite voor Gruta Lago Azul, waar niet eens veel te zien was. Bij Pratinha was ook een soortgelijke grot, waar je dagelijks het zonlicht in het water zag schijnen. Dit alles gebeurde tussen 14.15 uur en 14.30 uur. Een drukte van belang (nu ineens wel). Meerdere mensen waren benieuwd waar de naam van deze grot (ook Gruta Lago Azul) vandaan kwam.
Brazili_2009_732Brazili_2009_778Brazili_2009_775We vervolgden onze route door de Chapada Diamantina en beklommen een van de tafelbergen, Pai Inacio. Deze is het best te beklimmen en heeft een geweldig uitzicht.
Ik was het klimmen een beetje zat, maar je wil wat. Onze gids klom als een jong steenbokje de
Brazili_2009_753Brazili_2009_720Brazili_2009_736berg op en wij klauterden er achter aan. Het uitzicht was a-ma-zing! Terwijl wij foto’s schoten van de andere tafelbergen, liet meneer de gids ons van alles zien. Killerbees, de meest gefotografeerde cactus van Zuid-Amerika, orchideexebn en kolibri’s. Wonderlijk! We bekeken het panorama van verschillende kanten. Dat is het voordeel van een tafelberg! 
Bij terugkomst probeerde vriendlief een kolibri te fotograferen. Dit is onmogelijk. Ze schijnen elke twintig minuten weer terug te komen bij dezelfde plant, maar het gefladder gaat zo snel dat je daar helemaal niets aan hebt. En dan duren twintig minuten lang. Erg lang.

14 August 2009
By on 19:43
Dag 19 – 13 augustus – Salvador – Chapada Diamantina

Om zes uur vanochtend stond er een agent van het plaatselijke reisbureau, inclusief chauffeur ons op te wachten. Alles is (ver)licht en als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is. Mensen zijn al aan het hardlopen en het aantal auto’s is om zes uur ‘s ochtends niet minder dan later op de dag.
Afgelopen nacht heb ik ontzettend slecht geslapen. Het was warm. Aangezien ik aan die warmte enigzins gewend ben (lees: in Nederland slaap ik met een hittegolf nog onder mijn winterdekbed, maar hier in Brazilixeb heb ik alleen de keus uit een lakentje), was dat niet de reden van mijn woelige nacht. Het beeld van de arm om de keel van vriendlief en de plotselinge agressie jegens ons, grijpt me meer aan dan gisteren gedacht. Meerdere keren werd die arm vannacht om de keel geslagen en dat greep mij ook naar de keel.
Hoe dieper en donkerder de nacht werd, hoe meer ik ook ging nadenken over onze dader. Die uiteindelijk slachtoffer werd van een gruwelijk bloedbad. In de nacht werd dit bloedbad nog gruwelijker. Waarom heeft hij het gedaan? Hoe is zijn thuissituatie, als hij al een thuis heeft? Zou hij nu in de gevangenis zitten? Hoe zou dat in de gevangenis zijn voor hem? Zou hij xfcberhaupt nog leven? Vragen die voor de meeste mensen onzinnig waren. Hij had xf3ns iets aangedaan en nou moest ik geen medelijden met hem gaan hebben. De meeste mensen zouden het al vreemd vinden dat wxedj hem niets aan hadden gedaan. Door deze laatste gedachte ging ik me juist schuldig voelen. Had ik niet juist iets moeten doen? In zijn ballen schoppen? Knijpen? Z’n ogen uitprikken, zoals ik ooit bij een zelfverdedigingscursus had geleerd?
Omdraaien en aan iets anders denken hielp niet. Het beeld van de bruine, harige arm bleef op mijn netvlies staan. En om half zes ging de wekker… Helaas waren we te vroeg voor het ontbijt. Dit was helemaal niet erg, aangezien dit hotel het slechtste ontbijt van Brazilixeb tot nu toe heeft. Cashewnotensapjes, fabriekskadetjes (droog dus), vette bananen en een soort van wentelteefjes, maar dan met meer olie dan met melk.
Onder het genot van een fijne knoflookadem hoorde de reisbureauman ons berovingsverhaal aan. We vertelden het voor het eerst aan iemand en dan ook nog in het Engels. Hij vond het erg indrukwekkend en bood meerdere keren zijn excuses aan. Hij Zijn chauffeur bracht ons naar het busstation aan de andere kant van de stad. Hier kregen we een pakketje met reispapieren en stapten we na een uitgebreid bananenontbijt op het station in de bus richting Lencois.Brazili_2009_566_2
Brazili_2009_790Brazili_2009_792Zeven uur lang zaten we onder een ratelende airco en keken we naar het landschap dat veranderde in een heus tafelberggebied. Mijn gedachten van afgelopen nacht werden nog levendiger in de bus. Ik was blij dat ik weg was uit Salvador, maar had het even gehad met alles. Aangezien ons beloofd was (door de reisbureaumeneer) dat we in een waar paradijs uit zouden komen keek ik toch wel een beetje uit naar het tafelberggebied. In Lencois (spreek je niet op z’n Frans uit zoals, we dachten, maar zoals je het schrijft) stonden de poussadaproppers al klaar. We sloegen ze van ons af, want wij hadden alles van tevoren al geregeld hadden, en we slenterden rechtstreeks naar het verlaten centrum. We liepen een heuvel op en kwamen bij ons eco-hotel uit. We zouden hier anderhalve dag een gids tot onze beschikking hebben. In onze planning stond dat dat vandaag al zou beginnen, maar volgens het reisbureau hadden we vandaag nog een dagje rust (alsof we Brazili_2009_818dat nog niet Brazili_2009_804genoeg gehad hadden?). We zouden morgen en overmorgen onze gids ‘krijgen’.
We plonsden in het zwembad, genoten van een koude cola (werkt erg goed als je buik aan het opspelen is) en togen aan het eind van middag Brazili_2009_793_2richting dorp. Lencois is een oud mijnwerkersgehuchtje. Oude huizen, leuke ateliers en heerlijke restaurantjes. Lencois is overdag verlaten, omdat alle bezoekers die er zijn sportief en avontuurlijk ingesteld zijn, zijn ze natuurlijk de hele dag weg. In en (voornamelijk) om Lencois kun je fietsen, wandelen, raften, hiken, enz.
Vanavond kreeg ik ineens het benauwde gevoel dat ik hier wel eens kennis zou gaan maken met inheemse diersoorten. Dit gevoel werd versterkt toen vriendlief tegen mij zei: ‘Nu niet naar links kijken.’ Dat moet je tegen mij niet zeggen, want dan wil ik juist kijken. Ik heb niets met bloederige ongelukken en ambulanceavonturen, maar ik moet altijd wel even kijken. Ik werd helemaal kriebelig begon te gillen voordat ik nog maar iets gezien had. Links van me zat een zeer grote spin. Bij binnenkomst in onze lodge voerde vriendlief een insectencheck uit. Lang leve de klamboe!

13 August 2009
By on 12:04
Dag 18 – 12 augustus – Salvador (de dag des onheils)

Als je begint met het bijhouden van je vakantieverhalen, hoop je natuurlijk dat er ook een spannend verhaal opgeschreven gaat worden. Een interessant verhaal voor feesten en partijen. Oog in oog met een jaguar, een anaconda in je bed of een onverwachte ontmoeting met kannibalen. Leuke avonturen die interessant zijn als je ze verwerkt op de bank in het regenachtige Nederland met een warme kop thee, wetende dat je het overleefd hebt. Op het moment zelf heb je liever geen puma in je afritsbroekpijp hangen en schorpioenen mogen van mij part ook liever buitenshuis blijven. Een brute straatroof hoort natuurlijk bij Brazilixeb, maar dat wij dat nou mee moesten maken…

Ik werd vanochtend wakker met een kater die Salvador heet. Het is hier nog steeds warm en de stad valt ons nog steeds zwaar. Het is niets persoonlijks, maar het ligt aan ons. Wij zijn niet fit, wij Brazili_2009_1617hebben Brazili_2009_1612het even gehad en wij smachten naar wat meer rust (lees: natuur en avontuur). En avontuur kregen we. In ons fijne boekje stond de ‘Bonfimkerk’. Een kitscherige kerk in het noorden van de stad, waar je een lintje om je pols geknoopt krijgt. Aangezien heel Salvador hiermee loopt en we natuurlijk wel wilden dat men kon zien dat wij ook in deze stad geweest waren we wel gexefnteresseerd waren in deze kerk en de wijk eromheen, ondernamen we een busreis die kant op. Een directe lijn en we gingen in xe9xe9n keer goed. We klommen de bult op voor de kerk en al gauw viel ons op dat de kerk zelf niet zo heel bijzonder in z’n soort is. Het speciale aan dit bouwsel zijn de lintjes die aan de deur hangen en de mannetjes (en vrouwtjes) die met de lintjes voor de kerk staan. De lintjes waaiden mee in de wind en maken elke lelijke ‘verkoper’ tot een waar kunstwerk. Lintje nummer xe9xe9n werd omgeknoopt bij mij. Embranca do senhor do Bonfim da Bahia. Terwijl een jonge knul deze twee keer om mijn pols draaide en er drie knopen inlegde, deed ik een wens. Dit had ik gelezen. In het Portugees vertelde hij me dat de wens pas uit zou komen als het lintje vanzelf af zou vallen. Ik denk in ieder geval dat hij dit zei, maar gelukkig had ik het bewuste ANWB-boekje gelezen en was ik goed op de hoogte. Met een wit lintje om mijn arm kon ik de hele wereld aan. Even in ieder geval.
We keken wat rond in de kerk, zagen mensen bidden, schoten wat foto’s met ons prachtige camera. Terwijl vriendlief uitpufte op een kerkbankje (met een wat grieperig gevoel een berg opklimmen in extreme hitte is geen pretje), liep ik een rondje rond de kerk en potretteerde Salvador met onze geweldige lenzen. Dichtbij, veraf, wat een uitvinding!
Brazili_2009_1646Brazili_2009_1627 We trippelden van de kerk naar beneden richting een fort. Dit fort, zo stond in het boekje, was al twee keer in handen van de Nederlanders gevallen. We grapten dat dit nog best een keer kon gebeuren en zogen de omgeving in ons op. We kwamen langs een ziekenhuis en moesten onze benen tegen houden. Door de steile wegen wilden zij sneller dan wij van plan waren. Ondanks dat op sommige plekken het asfalt opgengebroken was en we dus goed op moesten letten waar we liepen, keken we ook veel omhoog. Dat moet als je je omgeving in je opzuigt. Ik zag sportschoenen die (voor de gein?) aan telefoon- en elektriciteitskabels waren opgehangen. Ik gniffelde hierom, terwijl het fort in beeld kwam. Het fort stak wit af tegen de blauwe lucht. Ik waande me in historische sferen en genoot van het uitzicht. We maakten kiekjes en betaalden een paar centavos om in het museumpje bovenin het fort te kijken.
Na drie schilderijen en het achterlaten van een plasje maakten we een plan de campagne. Nog naar een ander museum? Naar het strand? Ergens een hapje eten? We besloten om naar een ander museum te gaan in het centrum. Hier zouden we met de bus sowieso weer langskomen. We lieten het fort voor wat het was en liepen richting bus. We gingen naar een andere halte dan waar we uitgestapt waren, omdat we tenslotte ook in een ander deel van de wijk zaten.
We namen een rustig straatje dat parallel liep aan het strand. Aan het begin van de straat liepen we langs de achterkant van strandtenten. Vervolgens ging dit over in een woonwijk, temidden van onder andere makelaarskantoren. De stoep was niet zo breed en ik liep achter vriendlief. Vriendlief droeg de rugzak, waar hij net zijn grote fototoestel in opgeborgen had. Het fototoestel van vriendlief vergezelde mijn kleine fototoestel. Nimmer namen we ze allebei mee, maar in Salvador leek ons dat handig. Op plekken waar we ons veilig voelden konden we de grote gebruiken. Op plekken waar het wat drukker en onveiliger was, het kleintje. Handig toch!?

Ik sjokte achter vriendlief aan en keek naar een jongen die ons aan de rechterkant passeerde. Opvallend, want zo breed was de stoep niet en daar komt bij dat die Brazilianen niet zo snel lopen.
De jongen greep met twee handen naar de rugzak die over de schouder van vriendlief hing. Nu gebeurt het! was mijn eerste gedachte. K*t, de twee fototoestellen! dacht ik vervolgens. Al snel was ik er van overtuigd dat die tas me niets interesseerde, maar dat we nu aan onszelf moesten denken.
‘Laat die tas alsjeblieft gaan, lief!’ schreeuwde ik in paniek. In de ogen van de jongen zag ik dat hij niet zomaar zou stoppen. Hij stompte tegen vriendliefs schouder. Vriendlief bleef volhouden. Ik had de tas al lang opgegeven, hij niet. Hij trok en schreeuwde. Ik schreeuwde ook en dit werd nog heftiger toen de jongeman zijn arm om de nek van vriendlief deed. Een wapen had hij niet, maar voor hetzelfde geld zouden zijn vrienden komen om hem te helpen. Misschien hadden die wel wapens! Mijn paniekerig geschreeuw overtuigde vriendlief ervan om de tas toch los te laten.
Brazili_2009_1644Nu is onze tas weg! Wat nu? Ik rende achter vriendlief aan, die achter de jongeman aanrende. Ik hoorde een motor starten en deuren werden opengetrokken. Al die foto’s! Rio de Janeiro, de watervallen, de kaaimannen! De mensen die ook de achtervolging inzetten, waren voor mij op dat moment alleen maar een dreiging. Deze zouden de jongeman vast helpen. Al snel merkte ik dat dit niet het geval was. De rennende optocht werd alleen maar langer. Terwijl vriendlief nog hard bleef rennen, liep ik hijgend en puffend over een plein. Een man met zwarte krullen kwam naar mij toe. In mijn versnelde pas, kon hij me met moeite bijhouden.
‘What’s going on?’ vroeg hij me in het Engels. Gelukkig iemand die Engels kan! Ik zag op het plein dat een heleboel mensen zich aansloten bij ons. Op een schoolplein draaide een grote groep jongens zich onze kant op en zette een sprint in.
‘Two fototoestels!’ kon ik alleen maar uitbrengen in half Engels en half Nederlands. Ik had op dat moment geen idee hoe dit af zou gaan lopen. Zou vriendlief de dader al hebben? Zouden we onze spullen nog terug krijgen? Zouden al deze mensen ons helpen? Zouden de jongens van het schoolplein niet alleen maar rennen, omdat ze misschien de bus moesten halen?
Ondanks dat ik in niet-begrijpelijk Engels vertelde wat de buit was van de jongeman, kon de krullenbol me toch begrijpen en begeleidde me richting strand. Een pukkelende puber kwam naar me toe met onze rugzak! Thank god! Helaas was deze wel leeg. Hij wilde me deze tas graag verkopen. Ik griste hem uit zijn hand en op dat moment snauwde de krullenbol de pukkelende puber waarschijnlijk toe dat het mxedjn tas was.
Voor mij was het een uitgemaakte zaak: de dief was vast met de inhoud van de tas een huis ingevlucht en die waren we kwijt. Ik sjokte het strand op en zag dat er ruim honderdvijftig mensen op het strand verzameld waren. Sensatiebelust? Helden?
‘Is that the guy who stole you’re bag?’ Ik keek naar de plek waar de krullenbol naar wees. In de zee stond een jongen in een wit t-shirt. Hieromheen stonden meerdere mensen met stokken in de hand. Gelukkig, ze hebben hem!
Een meisje kwam naar me toe met mijn opschrijfboekje. Een endje verder zag ik onze zonnebrandcreme, een petje en hxe9t ANWB-boek. Ik keek nogmaals richting onze jongeman die dit keer geslagen werd met de stokken. Ik liep nog tien meter en daar stond vriendlief. Hij poetste zijn camera, die hij godzijdank weer terug had.
‘En de andere camera?’ Terwijl ik dit vroeg, stak hij zijn hand in zijn zak en haalde mijn kleine fototoestel te voorschijn. De Brazilianen, die toch wel sensatiebelust bleken, adviseerden ons foto’s te maken van het schouwspel dat gewoon doorging in de zee. Ik wilde niet dat onze jongeman met stokken geslagen werd, laat staan dat ik er foto’s van wilde hebben. De een na de ander kwam bij ons om zijn of haar excuses aan te bieden. Ze voelden zich zxf3 schuldig, terwijl ik me juist opgelaten voelde dat ruim honderdvijftig man zich voor ons opofferden. Ik bleef ze maar bedanken, terwijl ik me zorgen maakte over de jongeman die flink verwond werd in de zee. Ik was blij dat ze hem ‘hadden’, maar dat ze nou voor eigen rechter zouden moeten spelen…
‘Can they stop now?’ krijste ik panisch. ‘Stop! Stop!’ Ik weet niet of ze me hoorden en me verstonden, maar ze stopten wel. De jongeman werd ‘geboeid’ uit het water gehaald. Een toevallig passerende schoonmaker gaf hem nog een rechtse. Druipend van het zoute water en bebloed van het geweld dat hem was aangedaan, was het laatste beeld dat ik van deze jongeman had. De buurtbewoners gaven ons de tip om de buurt zo snel mogelijk te verlaten. Wat de reden hiervan was wist ik niet en weet ik nog steeds niet. De jongeman hielden ze goed vast, dus die kon niet veel meer kwaad. Ik vond het vervelend om al onze helden te verlaten, ze hadden tenslotte zoveel voor ons gedaan. Ik bleef ze maar bedanken en met z’n tweexebn liepen we richting bushalte. De bushalte waar we eigenlijk al eerder hadden willen zijn. Aangezien de gehele buurt op het strand stond, was het de weg richting bushalte erg rustig. We overspoelden elkaar met het avontuur dat we zojuist beleefd hadden en de adrenaline liet ons stuiteren door de straten. Ik vertelde vriendlief dat de krullenbol een journalist was en dat hij had verteld dat dit hier best vaak gebeurde. Vriendlief vertelde dat hij water had gekregen van een aardige vrouw. Zaken die er eigenlijk helemaal niet toe doen, maar die we op dat moment toch even kwijt moesten. We ratelden maar door, zonder waarschijnlijk echt goed naar elkaar te luisteren. Als we het verhaal maar kwijt waren.
Bij de bushalte kwamen er steeds meer mensen onze kant op. We waren de enige (witte) toeristen in de buurt, dus iedereen wist ook dat wij de slachtoffers waren. Mensen spraken ons in het Portugees aan. We lachten lief en bedankten deze mensen ook nogmaals.
De eerste bus lieten we aan ons voorbij gaan. Het was niet de juiste bus en we waren er ook nog niet aan toe om al richting centrum te gaan. Dat was maar goed ook, want een paar minuten later kwam er een auto van de militaire politie aanrijden. Een buurtbewoner wees de agenten de twee witte slachtoffers.
‘Welcome to Brasil!’ grapte de jongste agent die ons te woord stond met een meterlang wapen in de hand. We gaven aan dat we alles hadden, behalve een lenskapje en dat wij ook in orde waren. Ze hielden de volgende bus aan, informeerden de agent en liet ons instappen.
Plotsklaps waren we weg van de buurt des onheils. In de bus bleef ik mensen bedanken. De buschauffeur liet ons uitstappen in het centrum, waar we over zouden moeten stappen op de bus richting Barra. Dat tweede museum lieten we vandaag maar achterwege. Tijdens de overstap bekeken we onze camera’s eens goed. Op de kleine camera bleek bloed te zitten. Met hygixebnische doekjes die we tijdens onze vlucht hadden gekregen poetsten we de camera. SOA’s en hepetitis waren nog nooit zo dichtbij. Ik bleef maar poetsen terwijl we de volgende bus instapten.
In Barra verdienden we wel een dikke vette magnum. We kleedden ons om en namen onze rugzak mee naar het strand. Dit keer zonder paspoorten, fototoestellen en geld. Vanaf nu zou Brazilixeb nooit meer hetzelfde zijn. Nooit meer veilig. Het strand was de plek waar we erachter kwamen dat we ook de sultana’s kwijt waren.
Gelukkig gaan we morgen weer het binnenland in…

12 August 2009
By on 13:59
Dag 17 – 11 augustus – Salvador

Dinsdag in Salvador is het leukst. Gospelavonden, optredens, feestjes, kerkdiensten en lekker eten. Het centrum, Pelourinho, is the place to be op dinsdagavond. Het was dinsdag. Ik was nog aan het bijkomen van een enorme verkoudheid. Drie keer opstijgen en dalen in het vliegtuig is dan geen pretje. Verkoudheid en een vliegtuig, die combinatie wens ik zelfs Geert Wilders niet toe. Vriendlief werd ook ziek vandaag. We wilden het liefst terug naar the middle of nowhere, ook al waren we de bonen en rijst meer dan zat. We waren nog niet toe aan een drukke stad en al helemaal niet terwijl we ziek waren.
Brazili_2009_1604Brazili_2009_153Maar ja, als je er dan toch bent, moet je er maar het beste van maken. We pakten de bus en stortten ons in Pelourinho. In de hitte klommen we door de de straten. We vielen op. Men kijkt naar ons. We zijn wit. De achterachterkleinkinderen van de slaven zijn net als hun overovergrootouders donker. Ik voelde me zoals de eerste gastarbeider die Nederland betrad. We werden aangegaapt en nagestaard. Alsof we de eerste toeristen waren. Dat was niet zo, want ik wist dat onze vrienden D. & R. er net Brazili_2009_146vertrokken waren.
Brazili_2009_152   Pelourinho was werkelijk waar prachtig, maar ik voelde me er ongemakkelijk. Onveilig en ongemakkelijk. In de sfeervolle straten van het centrum merkte ik op dat we wel heel veel foto’s op ons fototoestel hadden staan.
‘Als we overvallen worden, moeten we misschien maar aan de overvaller vragen of we wel ons kaartje eruit mogen halen. Dan mogen ze de camera houden.’ Hoe naxefef!
Nadat we het centrum in ons opgezogen hadden, pakten we de bus waarop ‘Barra’ stond. In Barra staat ons hotel en in Barra waren we opgestapt. Het vreemde was wel dat deze bus de andere kant opreed en na een half uur vroeg de bijrijder waar we heen moesten.
‘Barra’, zeiden we in koor. Hij liet ons snel uitstappen en wees ons de bus die we wel moesten hebben. Pfff… gedoe in een stad waar je je al niet prettig voelt is nog erger dan gedoe in the middle of nowhere. Ik heb een hekel aan gedoe.
Brazili_2009_160Uiteindelijk belandden we op het strand. Helder warm water en een mooi uitzicht. We lepelden onze ijsjes op en deden helemaal niets. Niets doen in deze stad was best fijn.
Nu tijdens de pasta, bekennen we aan elkaar dat we ons niet fijn voelen hier. Ik voel me schuldig. Ik ben in Salvador en we doen niet veel. We zouden moeten rondstruinen en uit moeten gaan en moeten genieten van de dinsdagavond in Pelourinho. Als ik op vakantie ben heb ik het gevoel dat ik constant moet genieten en van elk moment, situatie, gebeurtenis en activiteit gebruik moet maken. Dat doen we nu niet. Je mist meer dan je meemaakt…

11 August 2009
By on 15:38