Dag 17 – 11 augustus – Salvador
Dinsdag in Salvador is het leukst. Gospelavonden, optredens, feestjes, kerkdiensten en lekker eten. Het centrum, Pelourinho, is the place to be op dinsdagavond. Het was dinsdag. Ik was nog aan het bijkomen van een enorme verkoudheid. Drie keer opstijgen en dalen in het vliegtuig is dan geen pretje. Verkoudheid en een vliegtuig, die combinatie wens ik zelfs Geert Wilders niet toe. Vriendlief werd ook ziek vandaag. We wilden het liefst terug naar the middle of nowhere, ook al waren we de bonen en rijst meer dan zat. We waren nog niet toe aan een drukke stad en al helemaal niet terwijl we ziek waren. Maar ja, als je er dan toch bent, moet je er maar het beste van maken. We pakten de bus en stortten ons in Pelourinho. In de hitte klommen we door de de straten. We vielen op. Men kijkt naar ons. We zijn wit. De achterachterkleinkinderen van de slaven zijn net als hun overovergrootouders donker. Ik voelde me zoals de eerste gastarbeider die Nederland betrad. We werden aangegaapt en nagestaard. Alsof we de eerste toeristen waren. Dat was niet zo, want ik wist dat onze vrienden D. & R. er net
vertrokken waren.
Pelourinho was werkelijk waar prachtig, maar ik voelde me er ongemakkelijk. Onveilig en ongemakkelijk. In de sfeervolle straten van het centrum merkte ik op dat we wel heel veel foto’s op ons fototoestel hadden staan.
‘Als we overvallen worden, moeten we misschien maar aan de overvaller vragen of we wel ons kaartje eruit mogen halen. Dan mogen ze de camera houden.’ Hoe naxefef!
Nadat we het centrum in ons opgezogen hadden, pakten we de bus waarop ‘Barra’ stond. In Barra staat ons hotel en in Barra waren we opgestapt. Het vreemde was wel dat deze bus de andere kant opreed en na een half uur vroeg de bijrijder waar we heen moesten.
‘Barra’, zeiden we in koor. Hij liet ons snel uitstappen en wees ons de bus die we wel moesten hebben. Pfff… gedoe in een stad waar je je al niet prettig voelt is nog erger dan gedoe in the middle of nowhere. Ik heb een hekel aan gedoe. Uiteindelijk belandden we op het strand. Helder warm water en een mooi uitzicht. We lepelden onze ijsjes op en deden helemaal niets. Niets doen in deze stad was best fijn.
Nu tijdens de pasta, bekennen we aan elkaar dat we ons niet fijn voelen hier. Ik voel me schuldig. Ik ben in Salvador en we doen niet veel. We zouden moeten rondstruinen en uit moeten gaan en moeten genieten van de dinsdagavond in Pelourinho. Als ik op vakantie ben heb ik het gevoel dat ik constant moet genieten en van elk moment, situatie, gebeurtenis en activiteit gebruik moet maken. Dat doen we nu niet. Je mist meer dan je meemaakt…
